donderdag 2 september 2010

Vlaamse melkveehouderij leert uit 12 voorbeeldbedrijven

Binnen het DAIRYMAN-project, een EU Interreg-project, wordt gewerkt aan een milieuvriendelijke en economisch vitale melkveehouderij. In dit internationaal project is Vlaanderen één van de tien deelnemende regio’s. Het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO), de Hooibeekhoeve, Boerenbond en het proefcentrum POVLT in Beitem zetten samen hun schouders onder meer duurzaamheid.

Dairyman, een afkorting voor 'dairy management', is een interregionaal project, dat loopt in een groot deel van Noordwest-Europa. De deelnemende landen zijn Duitsland, België, Frankrijk, Ierland, Luxemburg, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. In deze streken met veel melkvee is het niet makkelijk om tegemoet te komen aan de Europese wetgeving inzake milieu en duurzaamheid. De hoofddoelstelling van het project is daarom een milieuvriendelijke en economisch vitale melkveehouderij stimuleren en de plattelandsgemeenschappen in deze gebieden versterken. Er wordt vooral gefocust op een efficiëntere benutting van grondstoffen.

Maar liefst 120 melkveebedrijven in Noordwest-Europa werden gemobiliseerd om deel te nemen aan Dairyman, waarvan 12 bedrijven in Vlaanderen. Het gaat om sterk verschillende bedrijven, verspreid over heel Vlaanderen. Het is immers de bedoeling dat andere melkveehouders in Vlaanderen zich aan deze 'voorbeeldbedrijven' kunnen spiegelen. Sommige bedrijven zijn groot en gespecialiseerd, terwijl andere melkveehouders naast hun melkvee ook varkens houden of aan akkerbouw doen. Elk bedrijf bleek ook met zijn eigen moeilijkheden te kampen, die anderen konden herkennen op hun eigen bedrijf.

Gebaseerd op deze knelpunten, wordt voor elk bedrijf een actieplan opgesteld onder begeleiding van adviseurs. Hierbij is het niet de bedoeling dat de melkveehouder grootse investeringen gaat doen. Met relatief eenvoudige ingrepen kunnen soms al verrassende resultaten worden geboekt. Door de koeien bijvoorbeeld enkele uren extra binnen te houden, kunnen de fosfaat en stikstof in de uitwerpselen, die anders terecht komen in de wei, beter benut worden. Ook het dieet kan iets beter gestuurd worden met positieve gevolgen voor de melkproductie.

De activiteiten binnen het project zijn divers van aard en worden zowel op regio- als bedrijfsniveau uitgevoerd. Zo wordt rekening gehouden met de kenmerken en belemmeringen van de melkveehouderij in heel Vlaanderen, maar ook met het uniek karakter van elk individueel bedrijf. Het voordeel van een internationaal project als Dairyman is dat Vlaamse landbouwers hun ervaringen en kennis kunnen delen met landbouwers uit andere regio’s uit Noordwest-Europa. Zo wordt eind september reeds een groep Ierse melkveehouders in Vlaanderen verwacht.

In het kader van het Dairyman-project worden bijeenkomsten georganiseerd om rond een specifiek thema te discussiëren en te leren. Dit zijn ideale gelegenheden om ervaring en kennis uit te wisselen met collega-melkveehouders, adviseurs en onderzoekers. De drijfveer van de Vlaamse melkveehouders om deel te nemen aan Dairyman is in hoofdzaak de kans om meer kennis en ervaring op te doen, waarbij voor velen de sociale contacten een duidelijke extra zijn.

Het is niet de bedoeling dat de opgedane kennis beperkt blijft tot de 12 voorbeeldbedrijven. Hun ervaringen worden gedeeld met andere melkveehouders in Vlaanderen. Ook de innovaties van de negen kennis-transfer-centra (KTC), verspreid over heel Noordwest-Europa, worden publiek gemaakt. In Vlaanderen is de Hooibeekhoeve in Geel het deelnemende KTC. In de loop van het project zullen de resultaten voorgesteld worden op open dagen en bijeenkomsten. Op die manier moeten de toepassingen ook voor de brede praktijk toegankelijk worden.

dinsdag 31 augustus 2010

Melkprijs maakt van melkvee in VS rundgehakt

Amerikaanse melkveehouders gaan opnieuw hun veestapel verkleinen om het niveau van de melkprijzen naar een hoger niveau te tillen. Dat heeft de Nationale Federatie van Melkproducenten bekend gemaakt. Weliswaar zijn de Amerikaanse melkprijzen nu een kwart hoger dan het gemiddelde van vorig jaar, maar de prijzen moeten nog verder verbeteren, vinden de melkveehouders.


Hoeveel melkkoeien er precies voor de slacht worden aangeboden, is niet bekend. Melkveehouders die hun vee laten slachten, worden gecompenseerd met geld dat de zuivelsector zelf opbrengt. "Hoe groot de kudde zal zijn, hangt af van het aantal biedingen en het prijsniveau van die biedingen", zegt Jerry Kozak, directeur van de Nationale Federatie van Melkproducenten. "We betalen in ieder geval niet meer dan de huidige marktwaarde".

Sinds de zomer van 2003 hebben Amerikaanse melkveehouders al negen keer de veestapel ingekrompen, in totaal zijn er meer dan 480.000 melkkoeien voor verwerking aangeboden. De aangekondigde ruiming is de eerste sinds het najaar van 2009. "Wij geloven dat de inkrimping van de veestapel de positieve markt van dit moment verder zal versterken en dat moet resulteren in een versneld herstel van de melkprijs", aldus Kozak.

Eerder maakte het Amerikaans ministerie van Landbouw bekend dat de melkproductie vorige maand tot 7,43 miljard kilo is gestegen, dat is 1,5 procent meer dan in april 2009. De totale veestapel daalde met 2 procent ten opzichte van een jaar eerder. De gemiddelde melkprijs die boeren dit jaar ontvangen ligt op ruim 35 cent per kilo, een stijging van 24 procent ten opzichte van 2009, laat het Amerikaanse ministerie van Landbouw weten.

maandag 30 augustus 2010

Kalium, Chloor en Zwavel in het melkveerantsoen

Kalium (K)
Een tekort aan kalium vermindert de voederopname en de melkproductie. Ook zal het dier minder water opnemen. Er zijn net zoals bij natrium symptomen van likzucht waar te nemen. Tevens vertoont het dier spierkrampen die gepaard gaan met een verhoogde gevoeligheid voor allerlei prikkels.
Kalium overmaat remt de absorptie van magnesium en calcium, waardoor dieren gevoeliger zijn voor kopziekte en kalfziekte.
Net zoals natrium overmaat geeft kalium overmaat kans op uieroedeem bij hoogdrachtige dieren, diarree en mogelijk sterfte van het dier.
 
Chloor (Cl)
Chloor tekort geeft net zoals natrium en kalium een verminderde voederopname en melkproductie en de symptomen van likzucht. Voorts treden er bij een tekort aan chloor groeistoornissen op.
Een overmaat aan chloor is te vergelijken met natrium. Men kan eveneens dunne mest en mogelijk oedeem vorming vaststellen bij hoogdrachtige dieren.
 
Zwavel (S)
Een gebrek aan zwavel vermindert de pensfermentatie. Het gevolg hiervan uit zich in een verlaagde voederopname en eiwittekort bij het dier. Het eiwit tekort bij jonge dieren leidt tot groeiremming, bij lacterende dieren treed er een daling van de melkproductie op. Tevens is er een onvoldoende groei van haren en klauwen waar te nemen bij een zwavel tekort.
Een overmaat aan zwavel in het voeder, geeft hoge gehalten aan sulfide in de pens en een overmatige absorptie hiervan.
Er is een verminderde voederopname en productie waar te nemen.
Het verhoogde sulfide gehalte heeft tevens schadelijke effecten op het centraal zenuwstelsel, die onder anderen kunnen leiden tot blindheid bij het rund.
Een overmaat aan zwavel is ook nadelig voor de beschikbaarheid van koper en selenium bij herkauwers.

Natrium (Na) in het melkveerantsoen

Een natrium tekort geeft geen specifieke gebrekverschijnselen. Er is een verlaagde voeder opname, verlaagde productie en een afname in conditie waar te nemen.
Het rund krijgt een droge, stugge huid en vertoond het de neiging om aan vreemde voorwerpen te likken (likzucht). Tevens is waar te nemen dat het dier urine van andere dieren gaat drinken.
Het optreden van natrium overmaat is het gevolg van een tekort aan opname van zoet water, een overmatige natrium (zout) opname of als gevolg van een groter verlies aan water dan aan natrium (zout) bijvoorbeeld bij diarree.
Bij en natrium overmaat zonder vochttekort kan uieroedeem optreden bij hoogdrachtige dieren, ten gevolge van de expansie van het extracellulaire vocht in de zachte lichaamsweefsels. Andere verschijnselen bij een overmaat aan natrium kunnen zijn: veel drinken en speeksel vorming, diarree, spierrillingen en een stijve gang bij het dier.
In sommige gevallen kan een overmaat leiden tot sterfte van het dier.

Magnesium (Mg) in het melkveerantsoen

Magnesium tekort wordt aangetroffen bij te lage magnesiumgehalten in het voeder of door onvoldoende absorptie van magnesium vanuit het spijsverteringsstelsel. De absorptie van magnesium wordt negatief beïnvloed door hoge gehalten aan kalium en onbestendig eiwit. Ook natrium tekort beïnvloed onrechtstreeks de absorptie van magnesium, omdat bij natrium tekort een hoger kalium gehalte in het speeksel aanwezig is.
Magnesium tekort is waar te nemen aan de symptomen van hypomagnesiëmie of kopziekte. Echter deze symptomen zijn pas waar te nemen bij een verlaging van de magnesium concentratie in het cerebrospinaal vocht dat hersenen en ruggenmerg omgeeft. Dit gebeurt pas bij een sterke daling van het magnesium gehalte in het bloed. Hierdoor is het mogelijk dat bij lage gehalten in het bloed toch geen symptomen van kopziekte worden waargenomen.
Het ziektebeeld van hypomagnesiëmie geeft eerst een verminderde voederopname, het dier zondert zich af van het koppel en vertoont een stijve loopgang.
In een verder verloop van de ziekte vertoont het rund een nerveus tot zelfs agressief gedrag. Het heeft een verhoogde gevoeligheid voor prikkels vanuit de omgeving.
Er ontstaan spierrillingen en het rund kan vervolgens niet meer recht. De spierrillingen kunnen verder evolueren tot krampen bij het dier. Wanneer er geen krampen ontstaan, treedt er een gedeeltelijke verlamming op. Bij krampen vertoont het dier ongecontroleerde bewegingen, er is tandengeknars waar te nemen en overvloedig speeksel uit de muil. De krampen hebben uiteindelijk een dodelijke afloop.
Een tekort aan magnesium vermindert tevens de werking van het parathyroid hormoon (PTH) met een daling van het calcium gehalte tot gevolg. Magnesiumgebrek in de droogstand verhoogt hierdoor de kans op kalfziekte.
Een overmaat aan magnesium veroorzaakt diarree bij het rund.
Hypermagnesiëmie waarbij een daling van de spiertonus is vast te stellen, wordt zelden waargenomen vanwege de vlugge excretie van magnesium uit het lichaam.

Fosfor (P) in het melkveerantsoen

Fosfor tekort wordt waargenomen bij onvoldoende fosfor opname uit de voeding.
Het ziektebeeld van fosfor tekort of hypofosfatemie kan onder drie vormen voorkomen, namelijk acuut rond de kalving, acuut na de kalving en chronisch.
Acuut fosfor tekort rond de kalving, ontstaat ten gevolge van de hoge fosforbehoefte voor de foetus en de opgang komende melkproductie. In deze situatie kan het dier niet meer rechtstaan, is er een verminderde penswerking en maakt het dier mogelijk hoge koorts. Vaak is bij hypofosfatemie rond de kalving ook lage gehalten aan calcium en magnesium waar te nemen.
Acuut fosfor tekort na de kalving, wordt vooral waargenomen in de eerste zes weken van de lactatie. Het wordt ook acute hemolytische crisis genoemd. Het tekort geeft een ziektebeeld van bloedarmoede en geelzucht ten gevolge van het stuk gaan van de rode bloedcellen binnen het bloedvatenstelsel.
Chronische hypofosfatemie is minder snel waarneembaar bij volwassen dieren ten opzichte van nog jonge groeiende dieren. Het chronisch fosfor tekort uit zich in een slechte eetlust, verminderde groei en het optreden van voortplantingsstoornissen zoals inactieve eierstokken. Tevens zijn de dieren geneigd om grond en hout te eten.
Het fosfor tekort zal bij jonge dieren zorgen voor een week beendergestel ten gevolge van onvoldoende inbouw van fosfor in het bot. Bij volwassen dieren vindt er afbraak van het botweefsel plaats om het fosfor gehalte in het plasma op peil te houden, wat tevens voor een zwakker beendergestel zorgt. Hierbij kan fosfor tekort aanleiding geven tot botbreuk, beenmisvorming, en beenverdikking ten gevolge van eiwitophoping ontstaan bij de afbraak van botweefsel.
Een overmaat aan fosfor, verlaagt de opneembaarheid van calcium in het dier en kan hierdoor calcium tekort veroorzaken.
Fosfor overmaat in het dier of hyperfosfatemie kan voorkomen ten gevolge van:
Onvoldoende excretie van fosfor
Een verhoogde vrijstelling van fosfor in het lichaam door hoge afbraak/gebruik van spierweefsel of ATP
Intoxicatie met vitamine D wat de fosfor aanvoer uit de darm en het skelet verhoogt Te veel aanbod via het voeder bij een slechte Ca/P verhouding
Bij fosfor overmaat treedt er ten gevolge van de wanbalans met calcium, demineralisatie of afbraak en misvorming van het bot op.

Calcium (Ca) in het melkveerantsoen

Een te weinig calcium absorptie uit het voeder ten opzichte van de behoefte. Leidt bij jonge dieren tot een verminderde groei en een verstoorde mineralisatie van het bot, waarbij te weinig calcium wordt afgezet in de beenderen.
Bij volwassen dieren vindt er ten gevolge van blijvend calcium tekort, ontkalking van het bot plaats. Hierdoor vermindert langzaam het volume van het botweefsel.
Verder treedt er bij calcium tekort een vertraagde bloedstolling en een verminderde melkproductie op.
Calcium tekort in het bloedplasma ten gevolge van hoge calcium behoefte, samengaand met onvoldoende calcium absorptie uit de darm en/of resorptie uit het botweefsel wordt omschreven als het fenomeen kalfziekte, melkziekte of hypocalcemie bij het melkvee.
Kalfziekte komt meestal voor de eerste dagen na de kalving, een zeldzame keren tijdens de droogstand of in het midden van de lactatie.
Op deze momenten is er een sterk verhoogde behoefte aan calcium ten gevolge van de melkproductie. Een storing op die momenten ter hoogte van het parathyroid hormoon (PTH), vitamine D en/of de calcium voorziening, leidt hierbij tot een tekort aan geïoniseerde calcium in het bloed. Met kalfziekte tot gevolg.
De symptomen van hypocalcemie verlopen in drie stadia:
In het eerste stadium kan het dier nog blijven rechtstaan, het vertoont wel stoornissen ter hoogte van de spierwerking. Dit is onder anderen waar te nemen aan een knikkende beweging van de kop, een gespreide stand van de achterbenen, spierrillingen en een stijve slepende stap in de achterhand.
Voorts eet het dier niet meer ten gevolge van een verminderde penswerking.
In het tweede stadium kan het dier niet meer recht. Dit begint bij het niet recht kunnen met de achterhand. De koe gaat in dit stadium steeds met de kop langs het lichaam geplooid liggen.
Er treedt een daling van de lichaamstemperatuur op, waarbij mogelijk de stofwisseling bij het dier in gevaar kan komen.
Verder zijn er een versnelde hartslag, een droge neusspiegel en een verwijding van de pupillen waar te nemen bij het dier.
Ten gevolgen van de vermindering van de spierwerking, is er gas ophoping in de pens mogelijk en verslappen de spieren van de baarmoeder wat een geboorteproces vertraagt of volledig kan stilleggen.
In het derde stadium verliest de koe volledig het bewustzijn.
Er is een ernstige vorm van gas ophoping in de pens, met mogelijk een terugvloei van pensvocht in de slokdarm.
Er treden hartritmestoornissen op en een sterke daling van de bloeddruk, waaraan het dier uiteindelijk zal sterven.
Een overmaat aan calcium heeft gedurende de lactatie weinig schadelijke gevolgen. Wel vermindert een overmaat aan calcium de opneembaarheid van andere mineralen. Dit geldt onder anderen voor de mineralen Magnesium (Mg), Jodium (I), IJzer (Fe), Mangaan (Mn), Zink (Zn), Koper (Cu) en Fosfor (P).
Tijdens de droogstand geeft een calcium overmaat de aanleiding tot kalfziekte. Het hoog calcium gehalte vermindert de werking van het parathyroid hormoon (PTH), wat de calcium absorptie uit de darm en de resorptie uit het bot vermindert.
Calciumovermaat kan ook hypercalcemie tot gevolg hebben, dit wordt echter zelden aangetroffen. Hypercalcemie geeft hartritmestoornissen en abnormale mineralisatie van weefsels. De overmatige afzet van calcium in de weefsels kan onder anderen het barsten van grote bloedvaten tot gevolg hebben.